Energetische energievormen onder de loep

Energetische energievormen zoals Reiki, Therapeutic Touch en Aurahealing onder de loep

Hoe kunnen bio-energetische therapievormen zoals Qigong, Reiki, Therapeutic Touch en anderen, waarbij het lichaam niet aangeraakt wordt nu werken? En hoe groot zijn de gezondheidseffecten van deze therapievormen? Antwoord op deze vragen zou draagvlak kunnen creëren voor een bredere toepassing van werkvormen als Reiki en TT in de zorg.

Onderzoek Institute for Integrative Health in Baltimore

Onderzoekers van het Amerikaanse Institute for Integrative Health in Baltimore Maryland analyseerden daarom 90 studies die uitgevoerd zijn naar bio-energetische behandelmethoden. Centraal kenmerk in de studies was dat de proefpersonen in de studies niet werden aangeraakt gedurende de therapie. Met name de wijze waarop de ‘non physical biofieldtherapy’ (niet fysieke bioveld-energie zoals Reiki, TT, Aurahealing etc) werd uitgevoerd is onder de loep genomen. Uiteindelijk voldeden 28 studies met in totaal 1775 deelnemers aan de criteria.Toen de 28 studies tevens werden beoordeeld op studiekwaliteit (uitsluitend goed uitgevoerde studies werden opgenomen in de analyse), bleven 18 studies over.

Gunstige effecten

Twaalf van deze 18 studies meldden gunstige effecten door de bio energetische behandeling:
7 Therapeutic Touch, 3 Qigong, 1 healing touch en 1 Reiki).
Twee derde van de studies vertoonden dus positieve resultaten. Onderzoekers meldden dat deze bio energetische methoden een goede aanvulling zouden kunnen zijn op zorg, (Hammerschlag, Marx, & Aickin, 2014).

Meer dan aandacht en verwachting

De werking van ‘biofield’ methoden werd tot nu toe vooral toegeschreven aan factoren zoals aandacht en verwachting. De werking van bio-energetische methoden kan echter niet uitsluitend hieraan worden toegeschreven.

Biologische / fysiologische effecten

Fundamenteel onderzoek maakt biologische effecten zichtbaar: zo worden fysiologische veranderingen bij zowel de behandelaar als de patiënt gemeten (Hammerschlag et al., 2012). Japans gecontroleerd onderzoek toonde bijvoorbeeld verandering in alfa hersengolven in de frontale en centrale cortex aan bij patiënten die een Japanse vorm van bio energetische geneeswijzen ondergingen (Uchida, Iha, Yamaoka, Nitta, & Sugano, 2012).
Bronnen:
Hammerschlag, R., Jain, S., Baldwin, A. L., Gronowicz, G., Lutgendorf, S. K., Oschman, J. L., & Yount, G. L. (2012). Biofield research: a roundtable discussion of scientific and methodological issues. Journal of Alternative and Complementary Medicine (New York, N.Y.), 18(12), 1081–6. doi:10.1089/acm.2012.1502
Hammerschlag, R., Marx, B. L., & Aickin, M. (2014). Nontouch biofield therapy: a systematic review of human randomized controlled trials reporting use of only nonphysical contact treatment. Journal of Alternative and Complementary Medicine (New York, N.Y.), 20(12), 881–92. doi:10.1089/acm.2014.0017
Uchida, S., Iha, T., Yamaoka, K., Nitta, K., & Sugano, H. (2012). Effect of biofield therapy in the human brain. Journal of Alternative and Complementary Medicine (New York, N.Y.), 18(9), 875–9. doi:10.1089/acm.2011.0428
Oorspronkelijke artikel eerst gepubliceerd door de V.N.G.K.